In de eerste week van augustus 2016 viert de tweeling Els Klunder en Marijke Vetsikas–Klunder het 40 jarig dienstverband. Wat is er veranderd en wat bleef? 

Hoe zijn jullie in dit werk gerold?

Marijke: “Ik begon hier als stagiaire vanuit de middelbare school. Daarna ben ik hier gaan solliciteren. En Els ook.
Els: “We waren zestien toen we begonnen. Te jong om de interne opleiding ziekenverzorger te doen. Dus begonnen we in een afdelingskeuken. Ieder een andere afdeling, want we wilden niet op dezelfde plek werken. Op school  werden we altijd als eenheid benaderd. En dat waren we niet.”
Marijke: “Je wordt als één persoon gezien. Hier is het trouwens ook niet handig om op dezelfde plek te werken. Patiënten halen ons ook nu nog wel eens door elkaar. Vroeger was dat sterker, toen leken we nog meer op elkaar. We zijn ook heel bewust niet op hetzelfde moment aan de opleiding begonnen. Ik ben in maart 1978 met de opleiding begonnen en Els in september. Toen ik klaar was, begon ik als ziekenverzorger op een afdeling voor langdurige zorg voor bejaarden. Begin jaren negentig was er een tekort aan psychiatrisch verpleegkundigen. We kregen toen de mogelijkheid om een verkorte opleiding te doen. Dat hebben we gedaan. Als ziekenverzorger ben je echt bezig met zorgen. Wat we hebben moeten leren is 'verplegen met de handen op de rug'.”
Els: “Dan zei iemand: “Ik heb dorst.” Dus pakte je een glas water. Je leert te zeggen: “Daar is de kraan, je kunt het zelf pakken.”

Wat is er veranderd in de patiëntenzorg?

Marijke: “Toen wij begonnen waren er nog slaapzalen, met soms wel twintig mensen. Ook overdag zat iedereen op één zaal. Je had bad-dagen. Dan ging iedereen onder begeleiding van een aparte badzuster volgens een strak schema douchen.”
Els: “En allemaal tegelijk uit de kleren. Dat werd toen normaal gevonden. Je keek niet naar het individu, je volgde het tijdschema. De verpleging bepaalde: wij wisten wat goed was en daar was geen discussie over mogelijk.”

Tegenwoordig staat centraal hoe een patiënt een eigen leven kan opbouwen. Opname is zo kort mogelijk en de behandeling is erop gericht terug te keren naar de eigen omgeving. Die op rehabilitatie gerichte benadering betekent ook dat we moeten accepteren dat het mis kan gaan. Els: “Als je de krant leest zijn het altijd verwarde personen die narigheid veroorzaken. Maar over de mensen bij wie het wel goed gaat, hoor je niets. En vaak lijkt het alsof iemand in een verwarde toestand altijd zo is. Dat is niet zo.”

Ook in de beslotenheid van een psychiatrisch ziekenhuis komen tragische incidenten voor. Ze hebben alletwee ervaringen met dergelijke, soms gevaarlijke situaties. Marijke heeft eens een halter vlak langs zien vliegen. En een theepot. Ook Els herinnert zich patiënten die zichzelf wat aandoen, onder meer onder invloed van stemmen. Ze praten er nuchter over. Het zijn uitzonderingen. De veiligheidsprocedure biedt houvast. Je meldt het incident. Je bespreekt de situatie om te onderzoeken of een andere aanpak een beter resultaat had gehad. Zonder wat er is gebeurd te veroordelen, benadrukken ze. En je lucht je hart bij je collega's.

Is er in de loop van de tijd veel veranderd in het soort mensen dat binnenkomt?

Els: “Er zijn ziektebeelden bijgekomen, zoals autisme, borderline en meervoudige persoonlijkheden Mensen zijn nu vaak jonger en kennen mede daarom hun eigen ziektebeeld nog niet goed. Hun problemen zijn vaak complexer en ze hebben bloeiende ziektebeelden.” Marijke: “Bloeiend betekent dat iemand niet stabiel is, zich onvoorspelbaar kan gedragen. In een crisis kun je stemmen gaan horen, of je raakt het besef van de realiteit kwijt. Ze kunnen agressief zijn naar zichzelf, naar personeel of naar medebewoners. Drank en drugs zijn factoren die dat versterken. Juist bij mensen met een psychiatrische ziekte is dat gevaarlijk, omdat het de ziekte versterkt.”
Els: “De afdeling waar ik werk is al een stap naar rehabilitatie. Een voorwaarde om bij ons te kunnen verblijven is een redelijk grote mate van zelfstandigheid in de nacht. Er is namelijk een slaapdienst die alleen bij calamiteiten gewekt kan worden. Ook moet een patiënt de verantwoordelijkheid aankunnen van een eigen sleutel van de voordeur. Een dagbesteding, op wat voor manier dan ook, is wenselijk. Op die basis bouwen we samen de zelfstandigheid verder uit.”

Eenmaal stabiel leren patiënten tegenwoordig veel meer over hun ziekte dan vroeger. Net als na de diagnose van een lichamelijke ziekte staat het leven even stil, maar daarna ga je aan de slag om je leven opnieuw in te richten.
Els: “Als jij van een beenbreuk herstelt moet je ook leren hoe je daarmee omgaat. Net als veel patiënten hier moet ook iemand met diabetes een routine maken van dagelijks medicijnen gebruiken. Vroeger keken we naar de beperkingen. We spraken over de verpleegkundige problemen van een patiënt. Nu kijken we vooral naar wat iemand wel kan en wil.” Marijke: “Het dragen van eigen verantwoordelijkheid staat centraal. Tegenwoordig is inbreng van patiënten daarom heel belangrijk. Iedereen heeft nu een eigen begeleider met wie je praat over wat je bezighoudt. Twee keer per jaar is er overleg van de patiënt met de begeleider, de teamleider en de psychiater. Daar stellen we samen vast welke doelen je jezelf stelt voor de komende tijd. We maken nu gebruik van de mogelijkheden en de krachten van de patiënt. Je motivatie is veel sterker is als je je eigen doelen formuleert.”

Kun je daar een voorbeeld van noemen?

Marijke: “Leren om zelfstandig met de bus te reizen kan zo'n doel zijn. Er zijn ook mensen die zeggen: “Ik wil zelfstandig wonen.” Als begeleider knip je dat op in kleinere stapjes. Dan gaan we in gesprek over wat er voor nodig is om dat te realiseren. Bijvoorbeeld: waar wil ik wonen; hoe schrijf ik me in voor een woning; hoe houd ik mijn huis schoon; moet ik leren koken, enzovoorts.”
Met behulp van dezelfde werkwijze leren patiënten de beperkingen van hun ziekte te hanteren. Dat gebeurt individueel, maar ook wel in groepsverband. Marijke: “Ik heb training gegeven waarin patiënten informatie krijgen over hun ziekte. Ze bespreken samen wat je kunt doen als je bijvoorbeeld stemmen hoort. De een zegt dan: “Als ik stemmen hoor ga ik een stuk wandelen. Of ik zet een koptelefoon op, heb je dat weleens geprobeerd?” Els: “Ze hebben zo ook meer kennis over hun eigen ziekte. Vroeger was het: ik heb schizofrenie. En dat was het enige wat ze wisten: ik hoor stemmen en daar krijg ik pillen voor.”

Is er -behalve de naam- veel veranderd binnen de organisatie waar jullie voor werken?

Marijke: “ De patiëntenzorg is nu echt vele malen beter dan vroeger. De organisatie is wel sterk gegroeid. Toen we begonnen waren er twee locaties in Deventer. Je kende op zeker moment iedereen, van de directie tot personeelszaken en de technische dienst. Als je dan eens iets nodig had kon je dat direct vragen. Nu, met vestigingen in Raalte, Zwolle, Hardenberg en Almelo erbij kan dat niet meer.” Els: “Ik werk op een afdeling buiten het terrein. Dat betekent dat je minder faciliteiten hebt dan op het terrein zelf. Wij hebben geen keukenhulp, dat doen we samen met patiënten. We zijn tegenwoordig veel meer tijd kwijt aan het registeren van allerlei zaken, die niet meer alleen met patiëntenzorg te maken hebben. Dat is in mijn ogen doorgeslagen. Die trend is er overigens in de hele zorg. Ik ken veel mensen in andere zorginstellingen en ook zij hebben daarmee te maken. Maar het gaat ten koste van aandacht voor de patiënt. En daar gaat het uiteindelijk om.”

Volg Dimence

Deel deze pagina

Google icon
LinkedIn icon
Pinterest icon
e-mail icon

Meer informatie

Reageer met inloggen

Reageer zonder inloggen

Filtered HTML

  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <div> <table> <td> <tr> <br /> <img> <h2> <h3> <i>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.